CV Of Kachel verslag dag 4

Alaaf Kruiken en Kruikinnen! Afgelopen week voelde ik het al, het is weer carnaval! Kruikenstad hult zich weer in groen-oranje kleuren, de jasjes zijn gestreken, buitenbarretjes zijn opgebouwd en het bier staat weer koud. Langzaam begint de Schrobbeler door de aderen te stromen en wordt alles nog efkes glad geschoren. Wel goed ingezipt natuurlijk!

Net als voorgaande jaren, zal ook dit jaar uw correspondent weer pogen om verslag uit te brengen van wat zich nog steeds de leukste carnavalsvereniging van Kruikenstad noemt, CV Of Kachel. Of deze bewering op waarheid berust, mag u als lezer zelf bepalen. Legendes, fabels, sekscapades, roddels en achterklap zullen in geuren en kleuren beschreven worden deze dagen, afgewisseld met de jool en glorie van de festiviteiten in Kruikenstad.

Tussen de restanten van d’n Opstoet liep ik op maandagmiddag met mijn rugzakje richting Studio op de Korte Heuvel. CV Of Kachel zou die middag op schoolreis gaan richting Oeteldonk, en ze hadden er zin in. Het weer was druilerig in Kruikenstad, dus een uitstapje naar de zon was een welkome activiteit. Het was nog even wachten op een aantal goedgelovige kachels die in de Kruikenmis zaten, maar toen ook zij gearriveerd waren, kon de CV op pad. De NS had een extra treinstel ingezet om alle kachels veilig te vervoeren naar Oeteldonk Centraal, en in de trein werd er gezellig gedaan met de andere reizigers. Reizigers die wanneer zij kans zagen, zo snel mogelijk in de volgende coupe gingen zitten.

Eenmaal aangekomen bleek het weer minder rooskleurig dan voorspeld. Op een of andere manier is het Oeteldonk niet gegund om een goede optocht te organiseren, want waar deze vorig jaar half was weggewaaid, stond ie dit jaar volledig onder water. Al zwemmend wisten de kornuiten van CV Of Kachel een luifel van een cafe te bereiken, waar enigszins beschut de eerste biertjes gedronken konden worden. Drie kachels waren echter weggespoeld, waaronder de rots in de branding, Prins Rob. Via de plaatselijke EHBO wist ik deze drie kachels uiteindelijk terug te vinden op een brancard aan de bar, waar het tenminste droog en warm was en ik besloot dat dit plekje zo slecht nog niet was.

Langzaam droogde de kachels op en kregen ze weer een kleur. Het jasje van Prins Rob leek gekrompen te zijn, maar dat hield ‘m niet tegen om de eerste stapjes op het liefdespad te zetten. Zijn aandacht werd getrokken door twee wulpse dames op leeftijd, en met goedgekozen woorden maakte hij ze het hof. Van andere carnavalsvierders, ving ik op dat een van de dames niemand minder was dan de vrouw van de prins van Oeteldonk. Soortgenoten zoeken elkaar toch altijd op blijkt weer.

Geraffineerd wist onze prins op het hobbelpaard de vrouwtjes om zijn vinger te wenden, en om geen getuige te worden van een nieuwe Spartaanse oorlog, besloot ik om even een broodje paling te gaan halen. Aangekomen op de vismarkt, kwam ik oude bekenden tegen van het schrijversgilde en werd ik meegesleurd naar een buurtkroeg die nog niet onder water stond.

Tegen tienen werden de laatste pennen neergelegd en besloot ik om de rest van de kachels te gaan zoekenen nam afscheid van mijn schrijversvrienden. Als een paria struinde ik door Oeteldonk, als enige met een groen-oranje sjaol en regelmatig werd ik nageroepen. Of dit door de sjaal kwam of mijn CV-jasje wist ik niet, maar ik heb het maar op een lopen gezet en wist met een glasrijke sprong nog net de laatste coupe in te springen van de trein naar Kruikenstad.

In Kruikenstad baande ik mij een weg richting het Kruikenplein, waar ik hoopte om nog een aantal kachels te vinden. Deze vond ik uiteindelijk terug in de Baret, waar zelfs prins Rob op de uitkijk stond. Hij liet verder weinig los van de escapades in Oeteldonk en ik besloot om maar niet verder te vragen. Vanuit de Baret werd er een jaarlijks bezoek afgelegd aan cafe de Paris, waar letterlijk de stoppen doorsloegen.

Een van de kornuiten probeerde mij mee te lokken naar het saunabal in Berkel-Enschot, wat weliswaar geen verplicht nummer is, maar wel een leuke traditie. Toen ik eindelijk zover was, en een passende badjas had gevonden, was ik deze kornuit weer kwijt. Ik besloot om vast aan te lopen, maar bij Cul de Sac werd ik naar binnen gezogen door de sfeervolle klanken van een Lambada. Tot mijn verrassing stond er een verdwaalde kachel de Lambada te dansen met een barkruk, en deze kornuit heeft mij tot in de late uurtjes meegenomen in zijn ellende. Met lange gesprekken zonder onderwerp en onbehoorlijke danskwaliteiten, zijn we nog tot laat de reservedentie tot last geweest. Nadat we naar buiten geveegd werden, heeft deze kachel mij deels richting huis gedragen en is hij al roepend in de nacht verdwenen.